Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Het nieuwe zorgen

Rapporteer deze inhoud als ongepast

De Duitsers gaven Nederland het eerste algemene ziekenfondssysteem tijdens de bezetting. Maar ook voor de Tweede Wereldoorlog verzekerden mensen zich gezamenlijk tegen de gevolgen van ziekte.

Financiële steun aan zieken begon klein. In de zeventiende eeuw betaalden leden van gilden (een soort beroepsorganisaties) contributie om bij ziekte of ouderdom hulp te krijgen: geld, brood, turf of het regelen van de begrafenis. Zo stonden de gildeleden elkaar bij. Maar soms had een gilde te weinig reserves. Leidse brouwers kregen in 1670 bijvoorbeeld geen geld omdat wel dertig leden tegelijk ziek waren, die het fonds lang niet niet alle kon ondersteunen.

De hulp aan vakgenoten maakte langzaam plaats voor particuliere verzekeringen. Nu gold de regel: wie kon betalen, mocht meedoen. Wie dat niet kon, ging naar de armendokter. Rond 1840 richtten deze dokters de eerste ziekenfondsen op. Patiënten betaalden een vast bedrag en waren daarmee van een minimale vorm van hulp verzekerd. Hét symbool van dit soort basishulp werd het zogenaamde ziekenfondsbrilletje. Het ronde montuur was niet populair onder dragers, want iedereen zag meteen dat je arm was.

Nederland had door de verschillende ziekenfondsen al vóór de Tweede Wereldoorlog aardig wat gemeenschappelijke verzekeringen. Maar het was pas tijdens de oorlog dat de Duitsers het Ziekenfondsenbesluit oplegden en een eenheid maakten van de brei: een verplichte verzekering voor mensen van wie het salaris onder de ziekenfondsgrens bleef. Mensen boven deze grens bleven particulier verzekerd. Dit systeem, van particulier èn ziekenfonds, bleef tot 1 januari 2006 in stand.

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.