Meer macht voor de gemeenteraad in 1851
In 1851 konden Nederlanders voor het eerst dírect het bestuur van hun woonplaats kiezen.
Tot 1851 stond de burgemeester aan het hoofd van een dorp of een stad. Er wás wel een gemeenteraad, maar die had weinig te zeggen. De vergaderingen waren besloten. Alleen mannen die veel belasting betaalden konden naar de stembus. In steden kozen zij leden van zogenaamde ´kiescolleges´. Die kiescolleges op hun beurt kozen de gemeenteraadsleden.
Met de Gemeentewet van 1851 veranderde er veel. Het aantal mensen dat mocht stemmen groeide, al kregen vrouwen pas in 1919 kiesrecht. De burgemeester bleef het gezicht van een gemeente, maar was niet langer de baas. De gemeenteraad kreeg het voor het zeggen. Bijeenkomsten van de gemeenteraad waren voortaan openbaar. De grootste verandering was misschien wel dat kiezers gemeenteraadsleden voortaan rechtstreeks kozen.
Maar hoe besliste je op wie je ging stemmen? Daarvoor kon je advies krijgen van kiesverenigingen, een soort voorlopers van de moderne politieke partijen. Tegenwoordig is het ondenkbaar dat één politicus bij meerdere partijen zou horen. Gek genoeg tipten toen verschillende verenigingen vaak dezelfde kandidaat. Met de oprichting van politieke partijen aan het einde van de negentiende eeuw kwam daar een einde aan.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Jan
Zoeken naar items op Europeana