Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Grote schoonmaak

Rapporteer deze inhoud als ongepast

De Huishoudbeurs begon vlak na de Tweede Wereldoorlog. Hoe kwamen huisvrouwen voor die tijd aan hun tips en trucs tegen het oprukkende stof?

Nederlanders stonden lang bekend om hun schoonheidsmanie. Zeker in de zeventiende eeuw, toen Jan Steen expres zijn rommelige 'huishoudens van Jan Steen' schilderde, was een schoon huis erg belangrijk. Maar hoe kreeg iemand het huis precies schoon in die tijd? Huisvrouwen kregen geen tips op een beurs, maar uit een boek: 'De ervarene en verstandige Hollandsche huyshoudster.' Hierin las de vrouw des huizes wat er allemaal moest gebeuren.

Op maandag en dinsdag werden de ontvangstkamer en de slaapkamers schoongemaakt. Op donderdag werd alles geschrobd en op vrijdag waren de keuken en de kelder aan de beurt. In het weekeinde stonden geen speciale klussen op het programma, behalve dan de stoep en de hal. Die werden namelijk iedere dag geboend.

Huizen, straten en stoepen waren door deze schoonmaakijver opvallend schoner dan in andere Europese landen. Buitenlandse reizigers verbaasden zich er over. Zij waren straten gewend met vuil en drek in de goot. De straten waren hier 'zo schoon als de vloer van een kamer.' Dat moest ook zo blijven.

Kwamen de reizigers ergens binnen, dan moesten de schoenen uit. Spugen mocht ook al niet; niet in huis en niet op straat. Een Engelsman noemde de Hollanders daarom pesterig 'volmaakte slaven van de properheid.' Het kon toch niet gezond zijn als men zoveel aandacht aan een schone stoep besteedde?

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.