Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Gebeurtenis

Bloedige executie in Den Haag

Rapporteer deze inhoud als ongepast

'Maeck het kort, maeck het kort', vroeg een geblinddoekte Johan van Oldenbarnevelt op 13 mei 1619 op het schavot op het Binnenhof in Den Haag. En toen werd met één slag van het beulszwaard zijn hoofd afgehakt.

Van Oldenbarnevelt was ten tijde van de Opstand tegen Spanje als 'raadspensionaris' een van de machtigste mannen van Nederland, maar was veroordeeld na een zware politieke botsing met de hoogste militair, Prins Maurits. Behalve het hoofd gingen ook twee vingers mee van de handen die hij biddend omhoog hield. Het bloed gutste over het schavot en werd door mensen uit de menigte opgedept met doeken, om als herinnering te bewaren.

De executie van deze belangrijke politicus laat zien dat de doodstraf ook in Nederland lang een normale zaak was. Vooral in de gewelddadige zestiende eeuw werd regelmatig naar de zware straf gegrepen. De meest gebruikelijke methode was ophanging op een galgenveld, maar ook onthoofding kwam voor. In tegenstelling tot andere landen werd daarvoor geen hakblok gebruikt, maar zaten de terechtgestelden op hun knieën voor de beul. Van Oldenbarnevelt moest zelfs nog even gaan verzitten, omdat de zon de beul hinderlijk in de ogen scheen.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.