Monniken: bidden en bier drinken
Monniken en bier, ze zijn niet van elkaar te scheiden. Hoe komt dat eigenlijk?
-
Eind 13e eeuw (Bron: Wikimedia Commons)
-
Egbert van Heemskerck, ca. 1650 (Bron: Wikimedia Commons)
Het brouwen van bier in kloosters heeft een lange geschiedenis. Uit het jaar 820 is een tekening van een klooster bekend, bij Sankt Gallen in Zwitserland. Daarop staan wel drie brouwerijen getekend. De brouwactiviteiten van het Zwitserse klooster waren niet uniek. Op veel meer plaatsen in Europa brouwden monniken hun eigen bier. Religieuze mensen die alcohol stoken: dat is helemaal niet zo vreemd als het misschien lijkt.
Veel kloosters volgden in die tijd de kloosterregel van Benedictus, die waarschijnlijk rond het jaar 530 was opgesteld. Daar stond in dat de monniken zoveel mogelijk in hun eigen levensonderhoud moesten voorzien. Het brouwen van bier voor gasten, pelgrims en eigen gebruik hoorde daar bij. Bij veel kloosters liet de kwaliteit van het drinkwater te wensen over, en dus was bier een veilige optie om de dorst van je gasten en jezelf te lessen.
In de twintigste eeuw bliezen veel kloosters hun brouwerijen (op)nieuw leven in. Ze gingen hun bier verkopen. Het abdijbier dat je nu in de winkel ziet, brouwen de paters meestal niet meer zelf. Veel bedrijven hebben ontdekt dat kloosterbier goed verkoopt. De Belgen lopen hierbij voorop, daar bestaan nog heel oude kloosterbrouwerijen. Nederland heeft de pech dat tijdens de Reformatie in de zestiende eeuw - toen steeds meer mensen protestants werden - de meeste kloosters gesloten werden. En daarmee de brouwerijen.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Zoeken naar items op Europeana