Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Van ijsdansen naar kunstrijden

Rapporteer deze inhoud als ongepast

Wat is heerlijker dan te zwieren en zwaaien over het ijs, aan de arm van je geliefde? De Nederlander doet dat dan ook al eeuwen.

Zodra het ijs dik genoeg was werden de schaatsen ondergebonden. Overal werden wedstrijdjes gehouden, waarbij paren zo mooi mogelijk bepaalde vormen in het ijs moesten schaatsen.

Dit ijsdansen was leuk, maar het kon veel spectaculairder. Buitenlanders als de Noor Axel Paulsen - bekend van de dubbele Axel - voegden moeilijke sprongen en beweging toe aan het ijsdansen. Dit kunstrijden groeide uit tot een professionele sport die ook solo beoefend kon worden. In 1896 werd het eerste wereldkampioenschap voor mannen gehouden.

Pas in de jaren dertig kwam er in Nederland enige aandacht voor deze nieuwe tak van schaatsport. Dat was toen de Noorse schaatsdiva Sonia Henie de eerste kunstijsbaan van Nederland opende in Amsterdam. De negen-jarige Annie Verlee, later trainster van de legendarische rijdsters Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel, stond vol bewondering langs de kant. Het Nederlandse kunstrijden kon beginnen!

Dijkstra en Haanappel zetten de sport in de jaren zestig pas echt op de kaart. Ze zorgden dankzij het nieuwe medium televisie voor een ongekende sensatie. Heel Nederland keek naar hun verrichtingen bij internationale kampioenschappen.

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.