Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Kinderverwaarlozing?

Rapporteer deze inhoud als ongepast

Kinderen werden lang gezien als kleine volwassenen. Tot ver in de achttiende eeuw vonden veel ouders een kind maar lastige ballast.

Rijke mensen namen een min, een soort nanny, en bij arme families werden kinderen pas interessant vanaf een jaar of zeven: als arbeidskracht. Verwaarloosde kinderen werden eenvoudig aan hun lot overgelaten. In de negentiende eeuw veranderde dat en sindsdien maken Nederlanders zich druk over opvoeding en verzorging van de eigen en ándermans kinderen. Er kwamen er steeds meer opvang- of 'verbeterhuizen', waar kinderen een 'heropvoeding tot goede burgers' ondergingen. Fanatieke 'heropvoeders' plukten de boefjes en schooiers zo van straat.

'Niet straffen, maar genezen', was de boodschap. Met het geloof als medicijn. Want: 'Arme menschen hooren niets dan vloeken, tieren en razen, een enkele spreuk brengt het ontevreden en oproerig gemoed misschien in rust.' Dus werden verwaarloosde kinderen naar tuchthuizen gestuurd, met een ijzeren discipline. Want crimineel gedrag zou een direct gevolg zijn van een slechte opvoeding of verwaarlozing. Kinderopvang en opvoeding werden een maatschappelijke taak. Maar tot wanhoop van de 'heropvoeders' konden ouders hun kinderen altijd uit zon opvoedhuis weghalen. Tot de wet veranderde.

Tussen 1874 en 1905 nam de regering een reeks kinderwetten aan die kinderarbeid verboden (waaronder het beroemde Kinderwetje van Van Houten), de leerplicht instelden én ouders een 'opvoedings- en zorgplicht' gaven. Ineens was het mogelijk om een kind bij de ouders weg te halen en een voogd het gezag te geven. Ouders waren tenslotte 'personen, die nimmer eenige paedagogische opleiding gehad hebben', zoals een Kamerlid zei.

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.