Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Moeder aller stakingen

Rapporteer deze inhoud als ongepast
1903
/

Tijdens de 'moeder aller stakingen' in 1903 lag het openbaar vervoer in heel Nederland plat.

'Gansch het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil' rijmde de sociaal-democratische leider Troelstra in 1903. Werkgevers ontsloegen in die tijd arbeiders die het in hun hoofd haalden zich bij een vakbond aan te sluiten. In 1903 braken massale acties uit: eerst in de haven van Amsterdam, en vlak daarna op het spoor.

De socialistische tekenaar Albert Hahn maakte bij de woorden van Troelstra een prent waarop een machtige arbeider het treinverkeer tegenhoudt. Kleine, dikke bazen met hoge hoeden proberen de werkman in het gareel te krijgen, maar het lukt ze niet: de arbeider is te sterk. Dat bleek ook in de praktijk: al gauw reden er geen treinen meer in het land. De onthutste spoorwegwerkgevers haalden bakzeil. Ontslagen werknemers werden terug in dienst genomen.

Premier Kuyper noemde de stakers misdadigers. Razendsnel bedacht hij een aantal anti-stakingswetten. Als reactie kwamen de vakbonden met een tweede spoorwegstaking op de proppen. Maar de organisatie was slecht en de overheid was ditmaal wel goed voorbereid, waardoor deze arbeidersopstand mislukte.

Toch waren de acties van 1903 een overwinning voor de vakbonden. Hoewel er al veel langer werd gestaakt, konden werkgevers niet meer om de georganiseerde arbeiders heen. Van alle acties (tusen 1810 en 2000 is 16.000 keer gestaakt in Nederland!) had 'de moeder aller stakingen' de grootste gevolgen voor de Nederlandse verhoudingen.

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.