In het verzet
Mirjam Ohringer was een schoolmeisje van vijftien toen de Duitsers in mei 1940 Nederland bezetten. Al snel kwam ze in het verzet terecht. Mirjam vertelt over de risico's en dilemmas waarmee ze te maken kreeg.
'Ik ben in Amsterdam geboren, maar mijn ouders kwamen uit Polen. Verzet tegen onrecht heb ik van huis uit meegekregen. Al voor de oorlog hielp ons gezin - samen met anderen - illegale politieke en joodse vluchtelingen uit Duitsland aan onderdak en voedsel. Zij liepen gevaar als de politie hen oppakte en naar Duitsland terugstuurde. Ik maakte ook deel uit van een groep jongeren van joodse afkomst die zich voor deze mensen inzette.
Het nazisme deed allerlei groepen groot onrecht aan. Het is misdadig om de ene mens boven de andere stellen op grond van bijvoorbeeld huidskleur of godsdienst. Of om zigeuners of gehandicapten als minderwaardig te bestempelen. Daartegen móet je in het geweer komen. Ook als je weet dat je daardoor zelf risico loopt.'
'En natuurlijk waren we soms bang! Als je opgepakt werd, wist je dat de nazi's je zouden kunnen folteren om informatie los te krijgen. Mijn grootste angst was, dat ik dan niet genoeg kracht zou hebben om te zwijgen. Ik was het meest bang om anderen te verraden. Door mijn opvoeding heb ik al vroeg geleerd, verantwoordelijkheid te dragen.
Zelf heb ik niet bij het gewapend verzet gezeten. Maar als ik had moeten leren schieten om iemand te liquideren, had ik dat gedaan. Dat hoorde bij de strijd. Als zo'n persoon zou blijven leven, zouden immers veel anderen gevaar lopen.
Maar er waren ook grenzen. Ik weet bijvoorbeeld dat er ooit een voorstel was om de kinderen van een hooggeplaatste Duitse functionaris te gijzelen. Dat hebben verzetsvriendinnen van me principieel geweigerd. Dan zou je jezelf tot het peil van de nazi's verlagen. En daar moet je boven staan.'
Bijdragen
Reacties
Loading…
Inge
Zoeken naar items op Europeana