Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Kruistochten: een heilige oorlog

Rapporteer deze inhoud als ongepast

Eeuwenlang trokken grote legers vanuit Europa richting Jeruzalem, om daar de ongelovigen het heilige land uit te gooien. Soldaten vochten in naam van het kruis, symbool van het christelijk geloof, tegen de moslims die de streek in handen hadden.

In 1095 riep de paus alle christenen op Jeruzalem te bevrijden van de moslims, die de heilige stad sinds de negende eeuw bezetten. De directe aanleiding was dat christelijke reizigers steeds vaker door moslims werden aangevallen op hun religieuze tocht naar Jeruzalem. Ook was er onenigheid binnen het christendom en hoopte de paus dat samen strijden tegen ongelovigen de christenen van Europa zou verenigen.

De kruistochten begonnen in 1096, toen tienduizenden christelijke strijders op pad gingen. Daar waren ridders bij, edellieden, maar ook eenvoudige mensen en misdadigers die hoopten op buit. Of op een vergeving van zonden, want dat was alle kruisvaarders door de kerk beloofd.

Na drie jaar bereikte de helft van de strijders Jeruzalem. De rest was onderweg gestorven in gevechten of door honger en ziekte. Ze veroverden Jeruzalem, maar plunderden ook de halve stad en vermoordden inwoners. Uit wraak streden de moslims terug en in 1187 hernamen ze Jeruzalem.

En zo ging het een paar eeuwen lang heen en weer: er zijn vijf grote kruistochten geweest en tientallen kleintjes. Hieronder was een kinderkruistocht in 1212, waarbij jongeren tevergeefs probeerden naar Jeruzalem te komen. Het boek (1973) en de film (2006) 'Kruistocht in Spijkerbroek' zijn hier losjes op gebaseerd.

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.