Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Land uit water

Rapporteer deze inhoud als ongepast

'De wereld is door God gemaakt, maar Nederland door de Nederlanders.' In het buitenland hoor je dit gezegde wel eens. En hoewel niet heel Nederland door mensenhanden gemaakt is, zit er een behoorlijke kern van waarheid in de uitspraak.

Wie een kaart van ons gebied uit de vijftiende eeuw bekijkt, ziet een soort gatenkaas. Oostelijk Nederland lag redelijk hoog en droog, maar het westen was een moeilijk toegankelijk gebied vol meren, vaarten en moerassen. Nu bestaan grote plassen als de Schermer (het 'Schermeer'), de Beemster en de Purmer alleen nog in de plaats- en streeknamen als Purmerend, Alkmaar ('Alcmeer') en Wormerveer (het 'Wormeer'). Het water is vervangen door grond. Hoe kan dat?

Het antwoord is: door inpoldering. De bewoners van de Lage Landen hebben zich altijd moeten verweren tegen hoog water, bijvoorbeeld door dijken te bouwen en overtollig water in kanalen af te voeren. In de zeventiende eeuw waren de technieken zo ver gevorderd dat het water goed te bedwingen was. Sterker nog: door inpoldering kon er zelfs land op het water worden gewonnen! Investeerders uit Amsterdam zagen wel brood in het inpolderen, want het gewonnen land kon goed worden verkocht. De tijd van de grote 'droogmakerijen' kon beginnen.

Ingenieurs als Jan Adriaenszoon Leeghwater (1575-1650) bedachten een systeem waarbij een meer met dijken, molens en afwateringskanalen werd omringd. De molens pompten het water uit het meer over de dijk het kanaal in, net zolang tot de polder leeg was. Achter elkaar werden zo de Beemster, Wormer, Purmer, Schermer, Starnmeer en de Heerhugowaard onder handen genomen. Het enorme Haarlemmermeer was nog te groot; in de negentiende eeuw werd ook dat met stoomgemalen leeggepompt.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.