Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Een leesbare bijbel voor iedereen

Rapporteer deze inhoud als ongepast

Tot de zeventiende eeuw was er voor Nederlandse christenen geen Bijbel in de eigen taal. Op een belangrijke bijeenkomst van protestantse christenen kwam daar verandering in.

De Nederlandse Opstand tegen Spanje (1568-1648) ging over twee dingen: onafhankelijkheid van de Spaanse koning, en over religieuze vrijheid. Het protestantisme was in opmars en botste met het katholicisme dat tot die tijd het christelijke geloof was.

De protestanten keken anders aan tegen het christelijk geloof dan de katholieken. De Bijbel en katholieke diensten waren toen in het Latijn, maar daar begreep je als gewone man toch niets van? Daarom werd tijdens een protestantse kerkvergadering in Dordrecht besloten dat de mis en de Bijbel in het Nederlands moesten, zodat het Woord van God voor iedereen te begrijpen was.

De vergadering gaf een aantal geleerden opdracht een Nederlandstalige Bijbel te maken. Omdat hij was besteld door de staten van de Republiek (de provincies) werd hij de Statenbijbel genoemd.

Een probleem bij het maken van deze Bijbel-in-het-Nederlands was dat hét Nederlands nog niet bestond. De bewoners van de Republiek spraken allerlei dialecten, die soms weinig met elkaar te maken hadden. Om dat dilemma op te lossen zouden vertalers en 'oversieners' (controle-lezers) uit alle gewesten samenwerken.

Samen schreven zij een Bijbel in voor iedereen leesbaar Nederlands. Daarmee werd niet alleen een belangrijke stap gezet voor het protestantisme, maar ook voor het aan elkaar smeden van alle dialecten tot één Nederlandse taal.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.