Inenten tegen polio?
'Middeleeuwse toestanden'
Bij de start van het Rijksvaccinatieprogramma in 1957 waren er veel voorstanders, maar ook tegenstanders van de inenting tegen polio.
Aanvankelijk heerste er eind jaren vijftig een jubelstemming: polio (kinderverlamming) zou voorgoed de wereld uit worden geholpen. Eerder hadden vaccinaties al het pokkenvirus verdreven. In 1957 begonnen massale inentingen met een nieuw vaccin.
Iedereen die wilde kon gratis een DKTP-prik halen: tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio. Juist die P van polio lokte drommen mensen met kinderen naar de vaccinatiekantoren. In 1956 waren door een polio-epidemie namelijk 2206 Nederlanders ernstig ziek geworden.
Maar veertien jaar later bleek polio nog niet te zijn verdreven. In 1971 brak in Staphorst een epidemie uit. Kinderen durfden niet naar school, ouders bleven zo veel mogelijk binnen. Vooral ’s avonds en ‘s nachts veranderde Staphorst in een spookdorp. In een maand tijd werden 39 kinderen ziek, vijf overleden er.
De internationale media stroomden toe en wilden weten wat er aan de hand was. Wat bleek? In het streng gereformeerde dorp was bijna niemand ingeënt. De mensen geloofden er dat God diende te beslissen wanneer iemand ziek werd en dat de mens daarin niet moest ingrijpen.
Maar toen de epidemie in het dorp uitbrak, sloeg de angst goed toe. Auto’s met luidsprekers reden door de straten om mensen op te roepen zich te laten inenten. Binnen een paar dagen namen velen het vaccin – al dan niet stiekem - alsnog via een suikerklontje in. Anderen hielden vast aan hun geloof en bleven inenting weigeren.
De media spraken verbaasd over ‘Middeleeuwse toestanden’. Moest vaccinatie dan toch niet verplicht worden? Dat gebeurde niet. Zo konden er ook in 1978 en 1992 weer polio-epidemieën uitbreken in de ‘bible belt’.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Zoeken naar items op Europeana