Vieze operatiekamers
Hygiëne in ziekenhuizen is in de 21e eeuw van groot belang, maar rond 1800 was het een rommeltje in operatiekamers.
Begin negentiende eeuw werden operaties snel uitgevoerd, omdat er niet verdoofd kon worden. Een flinke slok alcohol was de enige troost voor de patiënt, ook als er een arm of been geamputeerd werd. Van hygiëne had nog niemand gehoord: tegen betaling konden bezoekers de operatie bijwonen, gewoon in de ziekenzaal. Ze hoefden zich niet te ontsmetten of een mondkapje te dragen.
Was de operatie eenmaal uitgevoerd, dan liep de patiënt grote kans om nog zieker te worden. Wondkoorts, etterende builen en infecties lagen op de loer. De gasthuizen waren smerig en het stonk er verschrikkelijk er gingen meer mensen dood dan er genezen werden.
In de loop van de eeuw werd ontdekt dat bacteriën besmettingen overbrachten. Bezoekers werden niet meer toegelaten in de operatiekamer. De zogenaamde hygiënisten vroegen om meer maatregelen, maar de meeste artsen waren niet direct overtuigd van het nut. Schoorvoetend wasten ze hun handen met chloorwater voordat zij een patiënt onderzochten, maar een mondkapje dragen tijdens de operatie dat ging sommigen echt te ver. Onderzoek stelde de hygiënisten uiteindelijk in het gelijk.
De overheid voerde in 1872 de Wet op Besmettelijke Ziekten in. Gemeenten moesten hygiënische maatregelen nemen en ziekenhuizen voerden de Puffing Billy in, een verstuiver die de lucht in een operatiekamer zuiverde. Langzaamaan werden ook medische instrumenten beter schoongemaakt, en werd preventieve ontsmetting geïntroduceerd. Sindsdien is de operatiekamer meestal de schoonste plek in een ziekenhuis.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Zoeken naar items op Europeana