Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

'Hofleverancier': een vorstelijk keurmerk

Rapporteer deze inhoud als ongepast

In het logo van zo'n 345 Nederlandse bedrijven staat (in 2005) een wapenschild en het woord 'Hofleverancier'. Dat klinkt chique. Maar wat houdt het in?

Koning Lodewijk Napoleon, die van 1806 tot 1810 koning van Holland was, deelde als eerste de titel 'koopman van de koning' uit. Later nam koning Willem I (1813-1840), dit over en bedacht de term 'Hofleverancier'. Bedrijven konden hiermee laten zien dat ze in de smaak vielen bij het koningshuis.

De glans ging er van af toen het vorstelijke keurmerk na 1850 niet meer alleen voorbehouden was aan bedrijven die aan het Hof leverden. Soms werd er ronduit fraude gepleegd. Zo kon het gebeuren dat de bakker om de hoek een namaakwapen op zijn gevel zette, om meer klanten te trekken.

Koningin Beatrix nam het stelsel dan ook op de schop. Ze zorgde voor een strikt beleid en legde het onderscheid vast tussen de termen ´Koninklijk´ en ´Hofleverancier´. Zij is nu de enige die deze titels kan toewijzen. Grote ondernemingen met de Nederlandse nationaliteit, zoals de multinationals Shell en KLM, kunnen het predikaat Koninklijk krijgen, mét kroontje.

De titel ´Hofleverancier´ en het bijbehorende wapenschild is bestemd voor kleine en middelgrote bedrijven met een regionale uitstraling, die minstens honderd jaar bestaan en een onberispelijke reputatie hebben. Ze leveren niet per definitie aan het Hof.

Fortuin Dockum is zo´n Hofleverancier. In 1892 kwam het zoetwarenbedrijf met Wilhelmina Pepermunt, als eerbetoon aan de twaalfjarige prinses Wilhelmina. In 1896 werden ze Hofleverancier en dat zijn ze nog steeds.

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.