Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

De oorlog in Korea ingerommeld

Rapporteer deze inhoud als ongepast

In 1950 vroegen de Verenigde Naties Nederland om militaire steun in Korea. Maar de regering aarzelde en nam halfslachtige beslissingen.

Noord-Korea viel in juni 1950 buurland Zuid-Korea aan. Amerika, een bondgenoot van Zuid-Korea, besloot dat er iets gedaan moest worden. De VN vonden dat ook, en vroegen alle lidstaten om hulp. Maar het kabinet van Willem Drees wilde geen troepen naar Korea sturen, onder meer omdat Drees bang was dat het conflict zou escaleren. De regering stuurde in de zomer van 1950 een marineschip, en hoopte dat daarmee de kous af zou zijn.

Maar Amerika zette Drees onder druk om meer te doen. Nederland had veel Amerikaans geld gekregen om het land na de Tweede Wereldoorlog op te bouwen. In augustus 1950 zei de Amerikaanse nieuwszender CBS zelfs: ‘Eén land laat ons in de steek: Holland.’

Minister van Buitenlandse Zaken Dirk Stikker stelde nog voor om een militaire ambulance naar Korea te sturen, maar Drees vermoedde dat Amerika dat niet genoeg zou vinden. Uiteindelijk besloot de regering toch Nederlandse gevechtstroepen te leveren.

Drees vond wel dat deelname aan de missie vrijwillig moest zijn. Hij rekende eigenlijk op een handjevol aanmeldingen, maar meer dan tweeduizend mensen gaven zich op. In totaal vochten 4.748 Nederlandse soldaten in Korea, waarvan er 125 sneuvelden. Voordat de eerste troepen eind oktober 1950 vertrokken, hield Drees voor hen een toespraak. Hij zei plechtig dat ze de ‘mooie taak’ hadden om ‘de wereldvrede te waarborgen.’

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.