Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Olifant Jack

Publiekstrekker in Artis

Rapporteer deze inhoud als ongepast
1849
/

In 1838 werd in Amsterdam dierentuin Artis opgericht. De meeste Europese dierentuinen waren tot dan toe privébezit, maar Artis wilde publiek toegankelijk zijn, althans voor de rijkere burgers.

Met

Je kon lid worden van de dierentuin, voor 20 gulden per jaar, een flink bedrag indertijd. De vroegste collectie was weinig opzienbarend: een paar papegaaien, aapjes en een Surinaamse boskat. Tot de dierentuin in 1839 voor 34.000 gulden het hele reizende beestenspul van kermisman Cornelis van Aken opkocht.

Deze Van Aken trok met zijn ménagerie, zoals dat heette, in Europa langs kermissen, maar wilde stoppen. Zijn stoet bestond uit de grote olifant Jack, enkele leeuwen, een panter, een tijger, een poema, hyena's, ijsberen, bruine beren, een zebra, een gnoe, een kangoeroe en een boa-constrictor. Artis werd in één klap een echte dierentuin.

Vooral Jack was een publiekstrekker. Hij was indrukwekkend groot en rustig, tot hij in de bronsttijd kwam, dan werd hij wild. Begrijpelijk: hij wilde paren, maar er was nergens een vrouwtjesolifant. Na negen jaar moest Jack op verzoek van de politie worden afgemaakt. Hij was tijdens zijn bronstwoede zo agressief dat hij ontsnapte uit zijn hok, andere hokken van dieren sloopte, bomen uit de grond rukte en stalen balken brak. Hij zou een gevaar zijn voor de bezoekers.

Rattengif en Pruisisch zuur bleken niet sterk genoeg om het enorme beest te doden. Uiteindelijk is Jack door zes schutters onder vuur genomen en door tinnen kogels in zijn hart en longslagader om het leven gekomen. 'Na een ontzettende kreet zeeg hij neder', beschrijft de toenmalige directeur van de dierentuin zijn dood. Jacks skelet staat nog altijd in het museum van het Zoölogisch Genootschap van Artis.

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.