Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Vechten voor vrede

Rapporteer deze inhoud als ongepast

De bemoeienis van Nederland met de internationale rechtsorde begon al vroeg in de twintigste eeuw. In 1913 voerde het leger zijn eerste vredesmissie uit: in Albanië moesten de lokale partijen uit elkaar worden gehouden.

Door de Tweede Wereldoorlog groeide het verlangen naar vrede. Na deze allesverwoestende oorlog was de algemene stemming in de wereld: ´Dit nooit weer´. Om grote oorlogen in de toekomst te voorkomen, werden de Verenigde Naties opgericht. Als ergens oorlog en onrecht dreigde, zouden de landen gezamenlijk ingrijpen, was het idee. Ook Nederland sloot zich aan.

Toch zou Nederland nog een keer oorlog voeren. Toen Indonesië onafhankelijk wilde worden, verzette het zich met hand en tand tegen het verlies van zijn kolonie. Tussen 1945 en 1950 werden 200.000 militairen overzee gezonden. Door druk van de internationale gemeenschap moest Nederland uiteindelijk de onafhankelijkheid erkennen. Alleen het westelijk deel van Nieuw-Guinea bleef tot 1962 Nederlands.

Tot 1990 zou Nederland mondjesmaat meedoen aan vredesmissies in andere landen. De belangrijkste waren die in Korea (1950-1953), Libanon (1979-1985) en Sinaï (1982-1995). Door de Koude Oorlog was er nog niet veel animo voor vredesmissies. Nederland hield de militairen liever thuis, voor het geval de Russen zouden aanvallen.

Na het ineenstorten van de Sovjet-Unie in 1991 kwam aan die angst een einde. Sindsdien heeft Nederland aan tientallen missies troepen geleverd. Tweederde daarvan waren VN-missies, de andere het initiatief van onder meer de Navo en de Europese Unie.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.