Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Geschiedenis van abortus in Nederland

Baas in eigen buik?

Rapporteer deze inhoud als ongepast

Abortus was vroeger in Nederland in bijna alle gevallen bij wet verboden. Alleen als het leven van de vrouw gevaar liep mocht een zwangerschap worden afgebroken.

De strenge wet kon niet verhinderen dat er veel illegale abortussen plaatsvonden, onder slechte hygiënische omstandigheden. Het gebeurde vaak dat vrouwen blijvend schade ondervonden van de ingreep.

In de jaren '60 van de twintigste eeuw kwam er een verandering. Vrouwen werden mondiger over zwangerschapsproblemen en artsen verleenden steeds openlijker hulp, vanwege de gevaren van illegale abortussen. Als het dan toch gebeurde, dan liever met een arts erbij.

In die sfeer ontstonden in de jaren '70 de eerste abortusklinieken. Voor- en tegenstanders lieten steeds meer van zich horen. Veel vrouwen wilden zelf kunnen beslissen over het afbreken van hun zwangerschap: baas in eigen buik. Anderen probeerden het ongeboren kind te beschermen: elk mens heeft recht op leven. Hoe nu te kiezen?

De politiek moest een beslissing nemen over een wet die aan voor- en tegenstanders recht deed, maar dat was moeilijk. Voor de ene partij ging elke oplossing te ver, voor de andere ging het nooit ver genoeg. Pas in 1980 keurde de Tweede Kamer met één stem verschil de Wet Afbreking Zwangerschap goed.

Sindsdien mogen bevoegde personen tot de 24ste week een zwangerschap afbreken, zolang aan een aantal voorwaarden is voldaan. De vrouw moet aangeven in een noodsituatie te zitten en er moet vijf dagen bedenktijd worden ingelast.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.