Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Onzichtbare kerken

Rapporteer deze inhoud als ongepast

Van buiten een woonhuis, maar van binnen een kerk. Zo wisten katholieken in de zeventiende eeuw toch hun geloof uit te oefenen. Tegenwoordig mag iedereen geloven wat hij wil. Toch mocht de eerste Nederlandse moskee vooral niet teveel opvallen.

Van buiten zagen ze eruit als woningen, pakhuizen of schuren, binnen stonden de kerkbanken netjes in het gelid. Tot 1795 had je overal in Nederland zogenaamde 'schuilkerken'. In die tijd was alleen het protestantse geloof officieel toegestaan. Katholieken of doopsgezinden mochten hun geloof belijden, maar alleen als ze dat niet in het openbaar deden. Hun kerken moesten onzichtbaar zijn.

In 1795 werd de godsdienstvrijheid uitgeroepen. Maar zelfs vandaag de dag heeft Nederland soms toch ook nog moeite met de zichtbaarheid van een godsdienst als de islam. De bouw van de eerste moskee deed ongeveer vijftig jaar geleden veel stof opwaaien. Er werd zelfs letterlijk voorgesteld om er maar een schuilkerk van te maken. Uiteindelijk kreeg de moskee het uiterlijk van een stadsvilla; de mini-minaret leek op een schoorsteen.

Hoewel er sindsdien wel traditionele moskeeën met koepels en minaretten zijn gebouwd, verloopt hun komst niet zonder problemen. De tegenstanders zien ze als 'heimwee-moskeeën', als tekenen van mislukte integratie, die niet passen binnen het Nederlandse straatbeeld en verboden moeten worden.

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.