Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Het katholieke publiek

Rapporteer deze inhoud als ongepast

Katholieken zochten elkaar graag op, ook nog na de oorlog. Dat was een lange traditie, want ze waren eeuwenlang achtergesteld. Geen wonder dat al in 1925 de Katholieke Radio Omroep werd opgericht.

Met

'Die kastjes (...) welk een machtige hulpmiddelen kunnen zij niet worden om de katholieke levens- en wereldbeschouwing te verbreiden', zei de oprichter van de KRO, pastoor Perquin, over radiotoestellen. Het idee was duidelijk, iedereen moest via de radio kunnen horen hoe mooi het is om katholiek te zijn.

Er werden missen uitgezonden, maar ook nieuws en veel muziek. De katholieken zelf moesten niet vergeten dat ze bij hun eigen zuil hoorden. Dat werd ze op hun St. Augustinuscolleges, zangverenigingen St. Cecilia en in De Volkskrant en De Tijd wel bijgebracht.

De bisschoppen hadden in de jaren '50 reden genoeg om zich zorgen te maken over de trouw van de gelovigen. Veel katholieke arbeiders voelden meer voor de socialistische politici van de PvdA dan die van hun eigen Katholieke Volkspartij (KVP).

De bisschoppen kwamen daarom in 1954 met een 'mandement', een verbod om lid te zijn van socialistische verenigingen als de vakbond NKV en de VARA. En dat terwijl de katholieken in de regering zaten met de socialisten. Het werkte, de KVP kreeg er in één klap 160.000 leden bij.

De KRO had geen mandement nodig om zijn publiek vast te houden. Tegen het einde van de jaren '50 was het de grootste omroep met zo'n 600.000 leden. En op de zaterdagavond trok het programma 'Negen heit de klok' heus niet alleen maar katholieke luisteraars. Half Nederland genoot mee van de liedjes en sketches. En zo kreeg pastoor Perquin toch zijn zin.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.