Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Een veilig huis

Rapporteer deze inhoud als ongepast

Tot in de jaren zeventig hadden kinderen geen sleutel bij zich, omdat óf de deur gewoon openstond, óf er een touwtje uit de brievenbus hing waarmee je de deur kon opendoen. Iedereen kon in- en uitlopen.

De omstandigheden zijn behoorlijk veranderd en misschien niet ten voordele. Net als nu waren er toen inbrekers, maar die pasten wel op overdag hun slag te slaan. De sociale controle in de buurten was toen groter.

Getrouwde vrouwen werkten bijvoorbeeld niet en waren meestal thuis. De hele buurt hield het touwtje uit de brievenbus dus goed in de gaten. Kinderen konden veilig op straat spelen, want er was altijd voldoende toezicht.

Dat deze situatie niet meer overal bestaat komt door een aantal dingen. In de twintigste eeuw en vooral ná de Tweede Wereldoorlog (1940-1945), veranderde er veel. Mensen werden gemiddeld rijker en konden steeds meer spullen kopen: er viel dus per huishouden meer te stelen.

Vanaf de jaren zestig werd de sociale controle steeds minder. De behoefte aan individuele vrijheid groeide en dus gingen mensen meer de deur uit. Ze hadden minder zin in spiedende buren. Met als gevolg dat vrijwel iedereen, anders dan in de jaren vijftig, vandaag de dag met een bos sleutels rondloopt.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.