WAO: bodemloze put van de verzorgingsstaat?
De WAO verving per 1 juli 1967 ondermeer de Invaliditeitswet en de Ongevallenwet. De regeling bij arbeidsongeschiktheid werd fors verbeterd.
-
Ziekenzaal ziekenhuis Bergweg, 1908
(c) Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam
Uitkeringsgerechtigden kregen recht op 80% van het laatste loon, ongeacht de ziekteoorzaak. Niet langer draaide de werkgever voor de kosten op, maar de gemeenschap. De minister rekende op maximaal 200.000 uitkeringsgerechtigden. Het zouden er vele malen meer worden.
In 1980 bestempelde de Erasmus Universiteit de WAO als 'een vat van verborgen werkloosheid'. Met name tijdens de economische crisis van de jaren zeventig gebruikten werkgevers en werknemers de wet als een goedkope afvloeiingsregeling voor overtollig personeel.
Ondanks verlaging van het uitkeringspercentage en strakkere keuringseisen liep het aantal WAO-ers richting het miljoen. 'Nederland is ziek', zei premier Lubbers in 1990. Volgens CDA-fractieleider Brinkman zat de WAO vol met 'aanstellers'.
Ingrijpen was nodig, maar regeringspartijen CDA en PvdA konden het lange tijd niet eens worden over het 'hoe'. In januari 1993 werden de partijen het na een maaltijd van de afhaalchinees bij minister De Vries thuis eens: het 'bami-akkoord'. Bestaande WAO-ers werden ongemoeid gelaten, voor nieuwe WAO-gevallen kwam er een versoberde regeling.
Het aantal WAO-ers bleef toch stijgen, ondanks verdere beperkende maatregelen in de jaren negentig.
Bijdragen
Reacties
Laden...
Eelco
Ruud
Jan
Zoeken naar items op Europeana