Brood en bommen
Het is dinsdag 14 mei 1940, half twee 's middags. De bakkerij van de familie Steens is volop in bedrijf. De ovens branden en zijn gevuld met brood. Plotseling begint het luchtalarm te loeien.
Op 10 mei, vier dagen eerder, waren Duitse troepen Nederland binnengevallen. Het was oorlog, dus het luchtalarm was serieus. Vader Steens stuurde direct zijn zoon Cees naar het gezin aan de overkant van de straat. Zelf bleef hij in de bakkerij en haalde de broden uit de ovens.
Die ochtend hadden de Duitsers Nederland een ultimatum gesteld: Nederland moest zich overgeven, anders zou vernietiging van Rotterdam volgen. Aan Nederlandse zijde accepteerde men het dreigement niet: het ultimatum was gekrabbeld op een smoezelig papiertje en was bovendien niet ondertekend. Ondertussen stegen in Duitsland de eerste vliegtuigen op.
Om 13.20 werd een officiëler ultimatum gepresenteerd: drie uur lang mochten de Nederlanders over hun antwoord nadenken. Inmiddels naderden de Duitse bommenwerpers Rotterdam. Zelfs de Duitse bevelhebber had ze zo snel niet verwacht en liet lichtkogels afvuren om een bombardement te stoppen. Het was echter al te laat: een verwoestende bommenregen daalde neer op de binnenstad van Rotterdam.
Ook het huis van de familie Steens werd getroffen. Cees vluchtte met zijn moeder en vijf broers en zussen door de brandende straten. Vader Steens nam met een kar vol broden een andere route en kwam terecht in het Kralingse Bos. Daar was zijn brood zeer welkom bij de geschrokken mensen.
Het gezin Steens kwam met de schrik vrij. Veel buren hadden een heenkomen gezocht in de schuilkelders. Door een aantal voltreffers was het niet goed met hen aflopen. In totaal overleefden ruim 800 Rotterdammers het bombardement niet.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Inge
Zoeken naar items op Europeana