Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

De Nederlands-Belgische burgeroorlog

Rapporteer deze inhoud als ongepast
1815 – 1839
/

Het Verenigd Koninkrijk van zeventien Nederlandse en Belgische provincies was maar een kort leven beschoren. Binnen vijftien jaar braken de Belgen los uit het opgedrongen staatsverband en begonnen een eigen land.

Na de val van Napoleon in 1815 bedachten Europese regeringsleiders in Wenen dat er een nieuwe staat moest komen. Een 'Verenigd Koninkrijk' van 17 Belgische en Nederlandse provincies moest een buffer vormen tegen het machtige Frankrijk. De Nederlandse Oranjefamilie mocht de koning leveren: Koning Willem I.

De nieuwe staat kwam niet van harte tot stand: Belgische volksvertegenwoordigers weigerden in 1815 bijvoorbeeld de nieuwe grondwet te ondertekenen. Dat bleek voor de autoritaire Willem I geen probleem. Onder het motto 'wie zwijgt stemt toe' rekende hij de thuisblijvers bij de voorstemmers, waardoor een keurige meerderheid ontstond. Een mooi staaltje 'Hollandsche rekenkonst'.

In 1830 waren de Belgen het zat onderdeel van het Verenigd Koninkrijk te zijn. De Hollandse overheersing, de achtergestelde positie van katholieken en van Franssprekenden kwam hen de keel uit. Na een operavoorstelling in Brussel sloeg de vlam in de pan en begon een opstand. Willem I stuurde in 1831 een leger op pad om deze de kop in te drukken.

Deze 'tiendaagse veldtocht' was militair een groot succes tegen de slecht georganiseerde Belgen. Maar de internationale diplomatie bleek succesvoller. De grote landen erkenden België als onafhankelijke staat. 'België' was geboren. Pas in 1839 legde Willem I zich hier, mokkend, bij neer

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.