Touwtrekken om wiet
Drugsgebruik in Nederland
Verdovende middelen zijn in Nederland verboden sinds de Opiumwet van 1919. Maar sinds die drugswet worden ze eigenlijk ook al gedoogd.
Met
Drugs als cocaïne en opium werden voor de Tweede Wereldoorlog maar door heel weinig mensen gebruikt, en er waren nooit grote problemen. Drugsgebruik vormde simpelweg geen belangrijk politiek onderwerp.
Maar vanaf de jaren zestig konden de politici niet meer om het onderwerp heen. Cannabisgebruik werd redelijk gewoon, blowende hippies overspoelden Nederland. In 1972 opende in Amsterdam Nederlands eerste coffeeshop, en Koos Zwart las op de radio de wietprijzen voor. In diezelfde tijd kreeg Nederland te maken met een nieuwe groep verslaafden: de heroinejunks.
Irene Vorrink, de moeder van Koos Zwart, was minister van Volksgezondheid in het kabinet-Den Uyl. Zij wilde de blowende hippies en de heroinegebruikers uit elkaar houden, en kwam met een voorstel om cannabis te legaliseren. In de praktijk zou er weinig veranderen, maar voor politie en gebruikers zou zo een einde aan de onduidelijkheid komen.
Er waren in Nederlanders veel voorstanders van het revolutionaire idee, maar omdat zo'n wet tegen internationale verdragen inging en Nederland niet in een isolement terecht wilde komen, kwam de wet er uiteindelijk niet.
Wel werd in de Opiumwet van 1976 de scheiding tussen softdrugs en harddrugs doorgevoerd. Zo werd afgesproken dat het bezit van een kleine hoeveelheid softdrugs een overtreding was die niet vervolgd zou worden. Kweek en groothandel bleven wel nog steeds strafbaar. Zo konden de coffeeshops openblijven, al moesten die nog steeds zelf maar uitzoeken waar ze hun handelswaar vandaan haalden.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Irene
Jasper
Zoeken naar items op Europeana