Anarchisme in Nederland
De anarchisten die van 24 tot 31 augustus 1907 op een congres in Amsterdam bijeenkwamen, waren grimmig en vastberaden. Zij wilden de arbeiders uit hun ketenen bevrijden.
Leven in een wereld zonder autoriteiten zou het volk veel gelukkiger maken. Dat was een serieuze zaak en de actiebereidheid was daarom groot. Alleen harde actie zou de revolutie voor arbeiders kunnen ontketenen.
Maar over de precieze mate van geweld, woedde een hevige discussie binnen de Anarchistische Internationale. Moord op politieke leiders werd bijvoorbeeld goedgekeurd, maar geweld mocht volgens sommige anarchisten alleen in dienst van de revolutie staan.
Verder waren ze anti-militaristisch. Nederlands bekendste anarchist Ferdinand Domela Nieuwenhuis was een van hen. Hij was razend populair onder de arbeiders: in het noorden werd hij zelfs 'Us Verlosser' genoemd.
De 'anarchisten van de daad' daarentegen waren een stuk minder geliefd. Zij stonden bekend als bommengooiers en chaoszoekers. Het anarchisme kreeg daardoor een terroristisch imago. In de jaren dertig werd de beweging wereldwijd met harde hand onderdrukt. Uiteindelijk verdween het anarchisme als politieke beweging.
Als ideaal bleef het wel bestaan. In Nederland ontmoetten de aanhangers elkaar sinds de jaren dertig op het Kampeerterrein tot Vrijheidsbezinning in Appelscha, tijdens de Pinksterlanddagen.
Bijdragen
Reacties
Laden...
Ferdinand
Zoeken naar items op Europeana