Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Gekke beesten in 16e-eeuwse reisverslagen

Rapporteer deze inhoud als ongepast

"Tortuca is een zeemonster met een harde schelp die als een schild werkt. Het beest is 3 meter lang en 1,50 breed, en zijn schild is nog breder. Aan zijn klauwen zitten vingers die groter zijn dan bij een leeuw. Tortuca is dapper: hij durft wel 3 mannen aan te vallen. Alleen als hij op zijn rug ligt, heeft hij geen macht meer. Zijn schild is zo breed, dat hij niet meer kan opstaan."

In de zestiende eeuw waren er nogal wat mensen die nog nooit exotische dieren hadden gezien. Maar ze waren er wel nieuwsgierig naar. Reisverslagen van zeelui waren populair. In heel Europa verschenen er boeken waarin vreemde landen, volken en dieren stonden beschreven. Ook de Scheveningse visser Adriaen Coenensz schreef in 1577 een boek. Hij tekende zelf de plaatjes.

Als visser had Coenensz verstand van waterdieren. Zijn haring, zalm, kwallen en zeekoeten zijn levensecht getekend. Zelfs beesten die hij nooit had gezien, tekende hij natuurgetrouw. Hij keek hiervoor naar oude afbeeldingen en sprak met zeevaarders. Soms wisten Coenensz' informanten het ook niet precies. Daardoor tekende Coenensz de reuzenschildpad tortuca als een zwijn met een schild.

Ook andere dieren kregen een bijzonder uiterlijk. "In de tijd van paus Martinus IV werd een vis met een leeuwenhoofd gevangen. Toen hij op het land werd getrokken, liet hij een dreigend gebrul horen." Coenensz tekende een gevaarlijke leeuw, met dreigende ogen en een tong uit zijn mond. Tussen zijn scherpe nagels zitten zwemvliezen, en zijn lijf is bedekt met schubben. Zo stelde Coenensz zich een zeeleeuw voor.

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.