Van freak tot sportheld
Lange tijd was een handicap een 'teken van het boze oog'. Daarom werden gehandicapte kinderen tot de komst van het Christendom vaak gedood.
-
Een Zweeds team bij de Paralympics in Athene van 2008
Foto: Helene Stjernlöf, 2008 (Bron: Wikimedia Commons)
Daarna leidden ze veelal een bestaan als 'dorpsgek', en moesten ze maar zien rond te komen, bijvoorbeeld als bedelaar. Ook trokken veel mensen met een handicap als attractie mee met circussen.
Eind achttiende eeuw kwam er een revival van dit soort 'freakshows': massa's mensen vergaapten zich op kermissen en in circussen aan fenomenen als 'Martha het armloze wonder' en de Siamese tweeling 'Zip en Pip'.
Dit soort shows werd tot in de twintigste eeuw gegeven: een 82-jarige vrouw herinnert zich nog dat ze in Rotterdam naar Lilliputstad ging, een rondreizend dorp waar kleine mensen hun dagelijks leven 'speelden' voor publiek.
Maar intussen vonden medici steeds vaker dat gehandicapte mensen juist extra zorg nodig hadden, en opgevangen moesten worden. Zo ontstonden eind negentiende eeuw ook de eerste sportwedstrijden voor gehandicapten.
In Nederland kreeg dit pas na de Tweede Wereldoorlog een impuls. De regering zette toen een revalidatieprogramma op voor oorlogsslachtoffers, waar sport een belangrijk onderdeel van was.
Nederland deed in 1952 als eerste buitenlandse deelnemer mee aan de tweede editie van de Stoke Mandeville Spelen in Engeland: de eerste aanzet voor de Paralympische Spelen. De vier Nederlandse handboogschutters eindigden ergens in de middenmoot, en keerden enthousiast terug naar Nederland: de Nederlandse gehandicaptensport was geboren.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Zoeken naar items op Europeana