‘Hebben uw leerlingen ogen?’
Geschiedenislessen zijn vooral leuk als er mooie verhalen worden verteld. Ruim een halve eeuw lang hingen er in klaslokalen platen vol spannende verhalen.
,,Vroeger keken leerlingen alleen maar naar de mond van de meester. Nu kijken ze al naar het telraam, de klok, de landkaart, naar platen en tekeningen op het bord.” De Haagse hoofdonderwijzer Jan Ligthart meende eind negentiende eeuw dat kinderen vooral leerden door te kijken en te doen. Niet door uit het hoofd te leren. De beleving van het kind stond centraal in zijn ‘aanschouwingsonderwijs’.
Deze ideeën drongen ook door tot het geschiedenisonderwijs. Het vak was in 1857 ingevoerd om kinderen nationale trots bij te brengen, maar in de praktijk moesten de leerlingen vooral jaartallen stampen. Geïnspireerd door Ligthart maakten tekenaars schoolplaten over vaderlandse geschiedenis.
Kinderen konden nu met eigen ogen zien hoe dapper hun voorouders waren en welke karaktertrekken daarbij hoorden. ‘Kijk, die prachtige schepen liggen voor dat eiland Bantam. Wij waren echt voor niemand bang!’ De platen bepaalden het beeld op de geschiedenis van vele generaties.
In de jaren zeventig van de twintigste eeuw werden de platen van de muur gehaald. Jonge onderwijzers van na de Tweede Wereldoorlog vonden ze te nationalistisch. Onze heldhaftigheid werd wel erg mooi voorgesteld. Waar waren de slavenhandel en de koloniale onderdrukking?
Ook de werkvorm die erbij hoorde deugde niet. Een leraar die vertelt en leerlingen die daar passief naar luisteren? Dat kon niet langer. Op de kale plekken aan de muur hing de meester een poster van de linkse held Ché Guevarra.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Lotte
Zoeken naar items op Europeana