Bommen op Zierikzee
In de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) werd in België zwaar gevochten tussen Duitse en Geallieerde troepen. Ons land was neutraal, maar kreeg toch direct met de oorlog te maken.
In de nacht van 29 op 30 april 1917 vlogen Engelse vliegtuigen aan op de Belgische kust. In Zeebrugge lagen namelijk Duitse onderzeeboten. Eén van de vliegtuigen raakte verdwaald en zag het Zeeuwse Zierikzee voor Zeebrugge aan. Een onbedoeld bombardement was het gevolg. Zierikzee werd om half drie geraakt: drie doden, veel gewonden en een flinke ravage waren het gevolg. 'De ledematen vlogen meters ver weg,' schreef de Middelburgsche Courant.
Daags na het bombardement regelde de gemeente noodopvang en voedsel voor de getroffenen. De pers pakte de ramp op en al gauw kwamen belangstellenden om de puinhopen te bekijken. Giften kwamen binnen uit het hele land en op 12 augustus werd een liefdadigheidsconcert gegeven voor de ouders van de overledenen. Een handige uitgever bracht ansichtkaarten van de vernielingen in omloop.
In de maanden daarop ontstond er een discussie over de schuld. Experts hadden bomscherven verzameld en ontdekten Engelse kenmerken. De regering deed haar beklag bij de Britse overheid, maar die ontkende elke betrokkenheid. Zij suggereerde dat Duitse vliegeniers met buitgemaakte vliegtuigen de aanval hadden uitgevoerd. Uiteindelijk erkende Engeland schuld en betaalde in mei 1918 honderdtwintigduizend gulden schadevergoeding uit.
Een groot deel van het ingezamelde geld bereikte de getroffenen niet. Daarmee financierde het gemeentebestuur in 1927 een nieuw carillon voor de kerk. Op die manier had de hele geschrokken bevolking van Zierikzee er iets aan.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Zoeken naar items op Europeana