De kraakbeweging bestaat sinds de jaren zestig.
In de jaren dertig bezetten bewonerscomités al wel huizen voor mensen die vanwege een huurschuld uit hun woning waren gezet. Dat heette toen nog “op een huis kruipen”. Pas vanaf 1968 gebruikte de krakersbeweging het woord “kraken”, vertelt oud-kraker Tjebbe van Tijen in een interview met radioprogramma OVT. Een jaar later werd Woningburo de Kraker opgericht, dat een aantal huizen kraakte en een Handleiding voor krakers uitgaf.
Daarin stonden adviezen als: “Het beste kunt u ’s avonds kraken, bijvoorbeeld tijdens een populair tv-programma.” De handleiding gebruikte onder andere ervaringen van jongeren die in de jaren daarvoor op eigen houtje leegstaande huizen in de Amsterdamse wijk Kattenburg waren binnengetrokken. Daar stonden veel leegstaande huizen op de sloop te wachten, terwijl duizenden jongeren een woning zochten. Protestorganisatie Provo moedigde hen aan om het heft in eigen handen te nemen, onder het motto “Redt un pandje, bezet un pandje”.
De politie liet dit oogluikend toe. Maar toen de krakers georganiseerd huizen gingen bezetten, werd vaker ontruimd. Meestal verliep dit vrij rustig, tot een gewelddadig politie-optreden in 1978. Daarna verzetten de krakers zich met meer geweld: het kwam regelmatig tot complete veldslagen. Vanaf het midden van de jaren tachtig leek de spanning weer af te nemen.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Jasper
Jan
Zoeken naar items op Europeana