Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Over Rijk en arm 1

'Nederland is een land van handelaren'

Rapporteer deze inhoud als ongepast

Nederland heeft al eeuwenlang de reputatie van een handelsnatie met een grote handelstraditie, te herkennen aan multinationals als de VOC, WIC, Unilever, Shell, KLM en Smit-Tak. Het land was in de Gouden Eeuw op de top van zijn kunnen met zijn stapelmarkt en monetaire economie. Ook nu heeft Nederland een florerend handelsverkeer via wereldhaven Rotterdam, financieel centrum Amsterdam en luchthaven Schiphol.

De ondernemersgeest en investeringszin brachten welvaart, maar tegen een prijs: Nederland heeft als koloniale macht een belangrijke rol gespeeld in wereldwijde slavernij en uitbuiting. Maar ook in eigen land werd geld verdiend over de ruggen van anderen.

Hoewel de middeleeuwse economie voornamelijk op landbezit was gebaseerd, speelde de handel zeker vanaf de dertiende eeuw een grote rol. Niet alleen door vereniging van ambachtslieden (gilden) en handelaren (Hanze), maar ook door de toename van betaalde arbeid of uitwisseling van producten via lokale, regionale en internationale markten (laken). Vanaf de zestiende eeuw werden de sociale grenzen poreuzer, waardoor meer mensen veel geld verdienden. Het duurde niet lang voordat de rijk geworden handelaar of ondernemer aanzien verwierf. Later kwamen daar de industriëlen bij. Na de Tweede Wereldoorlog groeide de welvaart in Nederland aanzienlijk. In zekere zin werden alle Nederlanders rijk, ofschoon het voortdurend gebruik van het woord crisis anders doet vermoeden. Overleg en het tevreden houden van alle belanghebbenden speelde eveneens een grote rol: Nederlanders zijn naast handelaars ook onderhandelaars.

Deze wereld plaatst rijk en arm binnen de context van de Nederlandse handelstraditie en -geest. We volgen een reeks rijken en armen waarbij zichtbaar wordt op welke wijze ze geld verdienden, hoeveel dat was en wat ze er vervolgens mee deden. Tegelijkertijd belichten we de morele context van rijk en arm, waarin met name het steeds opnieuw geformuleerde Nederlandse onbehagen over uitersten tevoorschijn komt. De periode loopt van de middeleeuwen tot de huidige kredietcrisis, waarbij is gekozen voor drie blokken: de Gouden eeuw, de industrialisatie en de consumptiemaatschappij. Waar het onderwerp het toelaat worden verbanden met het heden gelegd.

Bijdragen 
Reacties (1)

Wie is wat - hoe, waarom en hoeveel?

De rol, de macht en het fortuin van het Koninklijk Huis van Oranje en diens vertegenwoordigers lijken mij niet te mogen ontbreken in een rapport als het uwe.
Graag zou ik die dan ook zien omschreven.
Zou u dat willen doen?

Charles Destrée
(1926) historicus.
kaak@wanadoo.fr

Rapporteer deze inhoud als ongepast
,
1 juni 2012, 8:40
Reacties (1)

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.