Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal 2

1 miljoen vluchtelingen tijdens WO I

Rapporteer deze inhoud als ongepast
1914
/

Nederland verrichtte bij de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog in 1914 een bijzondere daad van burenliefde. Een miljoen Belgische vluchtelingen werd met open armen ontvangen.

De Belgen waren op de vlucht voor het Duitse oorlogsgeweld dat vanaf augustus 1914 hun land teisterde. Volgens een ooggetuige was het vanuit Antwerpen naar de Nederlandse grens 'één lange, droeve stoet van menschen en dieren'. 'En al die vluchtenden keken telkens om naar hun stad, die in vlammen en rook opging.'

Nederlanders schoten meteen te hulp. Spontaan stelden ze geld, kleding, voedsel en zelfs hun huizen beschikbaar. De rijke Amsterdamse familie Heldring huisvestte bijvoorbeeld maar liefst 34 personen. Een comité bundelde alle particuliere initiatieven en al snel was ook de overheid bij de opvang betrokken.

Al na een paar weken konden de meeste vluchtelingen terug naar huis. Het Duitse leger was vastgelopen en liet weten dat de Belgen veilig terug konden keren. Dat was toch wel een opluchting voor Nederland. De meeste vluchtelingen vertrokken vrijwillig en enkelen kregen een duwtje in de rug. Zo zette de burgemeester van Harderwijk de Belgen gewoon de gemeente uit.

Ongeveer 100.000, vooral armen, besloten tot het einde van de oorlog in Nederland te blijven. Zij werden in 'vluchtoorden' Uden, Nunspeet, Gouda en Ede ondergebracht. Daar werkten ze bijvoorbeeld in de heideontginning.

Hoewel het in de barakken soms ijzig koud was, overheerste de dankbaarheid voor de opvang. Een Belgisch dagblad schreef: 'De gastvrijheid van Nederland is enig in de geschiedenis. Zij is onbegrensd geweest in al haar edelmoedigheid.'

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.