Kaapvaarders bij Duinkerken
Hollandse en Zeeuwse vissersvloot verrast door kapers
De Republiek der zeven verenigde Nederlanden had last van de kaapvaart. Vanuit Duinkerken maakten vijandige kapers het Nederlandse vissers en kooplieden behoorlijk lastig.
De Hollandse en Zeeuwse vissersvloot die voor de kust van Schotland lag, was totaal verrast toen op 14 augustus 1600 een eskader van twaalf Duinkerkse kaperschepen opdook. De vier oorlogsschepen die de vissers eigenlijk moesten beschermen, waren overdonderd en boden daarom nauwelijks weerstand.
De Duinkerker kapers richtten een bloedbad aan. ’De arme vissers naghelden sy onder in de schepen, boorden gaten in de schepen, en lieten se allenskens sincken’, zo gaat het verhaal. Het was midden in de Tachtigjarige Oorlog en de Nederlanders hadden zich losgemaakt van hun koning Filips II.
De vrijgevochten Nederlanders hadden de Republiek gesticht, maar Filips erkende hun onafhankelijkheid niet. Hij riep daarom de Duinkerker kapers in het leven: schippers uit Duinkerken die toestemming hadden om schepen van de Republiek te plunderen.
Zo hoopte Filips het de Republiek moeilijk te maken. De haven van Duinkerken lag strategisch aan het Kanaal, in wat nu het uiterste noordwesten van Frankrijk is. Van daaruit konden de kapers de hele Noordzee onveilig maken. Ze waren overal: zelfs voor de Schotse kust waren de Nederlanders niet veilig.
Tussen 1621 en 1647 veroverden de Duinkerker kapers jaarlijks ruim honderd schepen van de Republiek. Toch heeft Filips de Noordelijke Nederlanden nooit meer op de knieën gekregen. Het kapen was succesvol, want ook in latere oorlogen werden Duinkerker kapers ingezet, steeds om zoveel mogelijk schade aan te richten bij de vijand.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Filips
Inge
Jasper
Zoeken naar items op Europeana