Het perfecte elftal
Italië, midden jaren tachtig van de vorige eeuw: voetbaltrainer Arrigo Sacchi zag zijn landgenoten een voetbalveld betreden alsof het een verlengstuk van hun leven was. Vandaar dat ze wilden winnen, zonder al te veel risico en met veel verdedigen: het zogenoemde cattenacio. Sacchi gruwde ervan en vroeg zich af hoe hij een Italiaans voetbalelftal aanvallend en fraai kon laten spelen: ‘Telkens kwam hij uit bij sociaal-culturele verschillen’, aldus Jan-Cees Butter in zijn boek Het perfecte elftal. De Hollandse gloriejaren van AC Milan (2010).
Sacchi haalde daarom aanvallend ingestelde Nederlanders naar zijn club AC Milan. Eerst Ruud Gullit, toen Marco van Basten en tot slot Frank Rijkaard. Daaromheen drapeerde hij Italianen, maar wel Italianen die niet-Italiaans voetbalden of op zijn minst begrepen dat de bal zo snel mogelijk via Rijkaard bij Gullit of Van Basten moest belanden. Binnen no-time stond er een onoverwinnelijk elftal in het veld dat oogstrelend en aanvallend voetbal speelde.
Al snel sprak Sacchi over ‘onze Nederlandse stijl’ en dat er bij Milan al ‘Nederlandse elementen’ te zien waren: de razendsnelle omschakeling bij balverlies en de buitenspelval. Maar ze waren ook op andere vlakken merkbaar. Gullit en Van Basten wilden na een zware wedstrijd nog even de stad in. Sacchi had het liever niet. Van Basten antwoordde: ‘Dat zijn we zo gewend in Nederland. Na een wedstrijd is er tijd voor ontspanning. Maakt u zich geen zorgen’.
Butter schreef een mooi retrospectief van een nauwelijks meer voor te stellen voetbalelftal waarin drie Nederlanders schitterden. De auteur geeft geen uitsluitsel of culturele verschillen werkelijk aan de basis stonden van het succes, maar net als bij veel andere sportjournalisten komen ze toch aan de oppervlakte, meestal zonder onderbouwing. Zo opperde Johan Derksen onlangs in het televisieprogramma Voetbal International dat ‘je’ beter Scandinaviërs dan Afrikanen kunt aantrekken. Van Afrikanen heb je alleen maar last, Scandinaviërs spreken eigenlijk al Nederlands en zijn ook gepast onderdanig. Presentator, analist, studiogast en het publiek namen het voor kennisgeving aan.
Gelukkig legt Butter veel meer en terecht de nadruk op de verschillen tussen de drie Nederlanders. Hoe ze bijvoorbeeld verschillend reageerden op de Italiaanse cultuur. Hoe ze hun privé- en onderlinge sores meenamen naar het nationale elftal, waardoor de WK’s van 90 en 94 bij voorbaat gedoemd waren om te mislukken. En hoe AC Milan na hun vertrek ‘Nederlands’ bleef spelen en in 1995 klop kreeg van Ajax. Met Frank Rijkaard in de gelederen. Maar speelde hij toen Nederlands of Italiaans? Of speelde hij als een Ajacied? Of gewoon als Frank Rijkaard?
Bijdragen
Reacties
Loading…
Anton
Inge
Zoeken naar items op Europeana