Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Stadsuitbreiding Amsterdam in 17e eeuw

Rapporteer deze inhoud als ongepast
1613
/

Wat te doen als een stad te klein wordt? Je bouwt er een straat of misschien een nieuwe wijk bij. Amsterdam had daar in de Gouden Eeuw niet genoeg aan. De stad werd in vijftig jaar tijd viermaal groter.

Met

Amsterdam was aan het begin van de zeventiende eeuw populair bij handelaren, arbeiders, zeevaarders, gelukszoekers en migranten. De stad was vol, dus bouwden de nieuwkomers huizen buiten de stadswallen. In tijd van oorlog was dat gevaarlijk, omdat ze in het schootsveld van de vijand lagen. En voor de stad was het vervelend: de mensen buiten de stadswal profiteerden van Amsterdam, maar hoefden geen belasting te betalen.

Stadstimmerman Hendrick Jacobszoon Staets vond in 1613 een oplossing voor dit veiligheids- en belastingprobleem. Een stadsuitbreiding met drie nieuwe hoofdgrachten moest ervoor zorgen dat alle nieuwkomers een plek kregen: de beroemde grachtengordel. Het duurde ruim vijftig jaar voordat dit uitbreidingsplan was gerealiseerd.

Staets combineerde nut met schoonheid. Langs de Herengracht, Keizersgracht en Prinsengracht verrezen grote herenhuizen. De echt rijke Amsterdammers maakten daar veel werk van. Ze kochten twee of zelfs drie kavels naast elkaar, waar ze een dubbel herenhuis lieten bouwen. Maar ook arbeiders en ambachtslieden kwamen aan bod. De Jordaan was speciaal voor werklieden bestemd.

Het plan van Staets was trouwens ietsje té ambitieus. Ook ten oosten van de Amstel moest worden gebouwd, maar het geld was op. Een leuk gevolg is wel dat de oudste dierentuin van Nederland, Artis, zich in 1838 dicht bij het centrum kon vestigen. Als Staets' plan was doorgegaan, was daar geen ruimte voor geweest.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.