Toen wij van Rotterdam vertrokken
Iedere Rotterdammer kent 'Ketelbinkie', het liedje van de jongen die met de grote vaart meeging, maar nooit meer terugkwam. De smartlap is populair in Rotterdam, net als de haven zelf.
Vanuit Rotterdam vertrokken altijd al schepen, maar echt groot was de haven niet. De meeste handel zat in Amsterdam. Toen eind negentiende eeuw de industrie begon te groeien, groeide de haven mee. Vanuit Duitsland kwam een stroom goederen op gang. Rotterdam lag daarvoor op een goede plek, aan het eind van de grote rivieren en met een doorgang naar de Noordzee. Toch was de haven niet direct favoriet.
Bij Rotterdam lagen veel zandbanken. Het kon dagen duren voor een flink schip uit de haven bij de zee was. Ingenieur Pieter Caland ontwierp daarom een kortere verbinding. Dwars door de duinen bij Hoek van Holland liet hij de Nieuwe Waterweg aanleggen, die in 1872 gereed was. Uit het Duitse Ruhrgebied kwamen nu industriële goederen naar de stad en omgekeerd werden graan, kolen en erts naar Duitsland verscheept. De haven werd onmisbaar. Na de Tweede Wereldoorlog was herstel dan ook belangrijk voor de wederopbouw van Nederland én voor de rest van Europa.
Het havengebied breidde steeds verder uit met industrieterreinen als Botlek, Europoort en Maasvlakte. Vanaf 1962 mochten de Rotterdammers hun haven de 'grootste ter wereld' noemen. Bedrijven hadden de overhand en jongens als Ketelbinkie waren inmiddels een zeldzaamheid. Toch keerde de zeeheld nog eenmaal terug, als standbeeld aan de Wilhelminakade.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Zoeken naar items op Europeana