Gereformeerden twisten tijdens 12-jarig Bestand
Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621), midden in de tachtigjarige Opstand tegen Spanje, kregen de Nederlanders onderling ruzie over de godsdienst.
Met
De oorlog tegen Spanje was deels een strijd tussen Nederlandse gereformeerden en Spaanse katholieken. Onderlinge verschillen waren door de strijd bedekt geweest. Nu, tijdens de vrede van het Twaalfjarig Bestand, kwamen die verschillen tot uiting in een felle ruzie.
De aanleiding kwam van twee Leidse hoogleraren, Arminius en Gomarus. De eerste had een milde opvatting over een aantal lastige onderwerpen uit de gereformeerde leer, Gomarus was heel precies.
De machtigste man van Holland, raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt, koos de kant van de 'rekkelijke' Arminius. De opperbevelhebber van het leger, Prins Maurits, sloot zich aan bij de 'precieze' Gomarus. Een te tolerante gereformeerde kerk - de officiële kerk van de Republiek - was volgens Maurits niet goed voor het land. Misschien zou de gereformeerde kerk zich wel verzoenen met het katholieke Spanje. Dan was de hele Opstand voor niets geweest!
De ruzie liep compleet uit de hand. Maurits liet Van Oldenbarnevelt arresteren en onthoofden, en gaf toestemming voor een nationale kerkvergadering. Deze 'synode' begon eind 1618 in Dordrecht. De voorzitter was de precieze Bogerman. Hij nodigde de rekkelijken niet uit op de synode, maar liet ze wegjagen. Vervolgens werd de rekkelijke leer verboden.
Tijdens de synode werd besloten een bijbelvertaling in de volkstaal te maken. Dé Nederlandse taal bestond toen nog niet, de dialecten lagen ver uit elkaar. Er werden daarom vertalers gekozen uit het hele land. Het resultaat, de 'Statenbijbel', werd de basis van het standaard-Nederlands, zoals we dat nu nog steeds spreken en schrijven.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Maurits
Johan
Franciscus
Johannes
Jacobus
Zoeken naar items op Europeana