Europa is een taalding
De passage naar Europa
Kerstvakantie betekent voor mij: bijlezen. Het jongste nummer van BMGN bijvoorbeeld, ‘hét vakblad voor de professionele geschiedbeoefening in de Lage Landen’ zoals de bekende historicus Hans Blom het in dit blad omschrijft. Vooral interessant: vier artikelen over het proefschrift van Luuk van Middelaar, de passage naar Europa.
Dit is een belangrijk boek. Van Middelaar beschrijft hoe Europa sinds de Tweede Wereldoorlog werd tot wat het nu is. Dat gebeurt vaker, meestal nogal opsommerig, van verdrag tot verdrag. Dit boek heeft een eigen verklaringsmodel. Vanaf het begin waren er mensen die vonden dat Europa een samenwerking van staten moest zijn (‘buitenste sfeer’) of juist een gemeenschap (binnenste sfeer). Als compromis ontstond er onder lidstaten een ‘tussensfeer’. Deze tussensfeer kreeg vorm in enkele belangrijke momenten, ‘passages’, zoals nieuwe verdragen.
Drie auteurs verwijten Van Middelaar dat hij te weinig aandacht besteedt aan economische aspecten en politieke theorie. Hij weerlegt dat op sterke wijze: Europa gaat om taal, om hoe we iets noemen. Nederlandse politici spraken altijd over ‘Europese integratie’ – tot het mislukte referendum in 2005, sindsdien horen we ‘Europese samenwerking’.
Alles in Europa is politiek, en politiek draait om taal – dat lijkt de belangrijkste les. Dat zien we nu ook met de crisis rond de Euro. Zolang er de politieke wil is om de munt overeind te houden, worden er altijd woorden of begrippen gevonden die een compromis mogelijk maken. Van Middelaar heeft antwoorden voor wie wil weten waarom de Europese Unie is wat ze is.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Pepijn
Elisabeth
Jasper
Zoeken naar items op Europeana