Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Drenthe en Brabant bij Nederland gevoegd

'Wingewesten' hadden tweederangsstatus

Rapporteer deze inhoud als ongepast

In 1648 werd met de Vrede van Münster de Opstand tegen Spanje afgesloten. Veroverde gewesten die zich niet vrijwillig bij de Opstand hadden aangesloten kregen een tweederangsstatus. Als 'generaliteitslanden' en 'wingewesten' werden zij direct bestuurd door de Staten-Generaal.

De vorm van Nederland is in hoge mate bepaald door de gebeurtenissen tijdens de Nederlandse Opstand (1568 - 1648). Door militaire successen en mislukkingen werd beetje bij beetje de kaart van de lage landen in twee delen geknipt. De Noordelijke 'Zeven Provinciën' groeiden uit tot 'Nederland', de Zuidelijke landen die in handen van Spanje bleven, werden uiteindelijk België.

Een aparte status was weggelegd voor een aantal provincies en gebieden die door verovering in Nederlandse handen vielen. Omdat zij zich niet vrijwillig bij de Republiek hadden aangesloten, werden zij beschouwd als tweederangs gebied; 'wingewesten' die door de Staten-Generaal naar goeddunken werden gebruikt.

Lang hadden deze gebieden, ook wel 'generaliteitslanden' genoemd, geen enkele inspraak in de landsregering. Pas in 1795 kwam een einde aan deze koloniale situatie, toen Staats-Brabant en wingewest Drenthe toegang tot de Nationale Vergadering kregen. De reden hiervoor was dat de oude Staten-Generaal waren opgedoekt tijdens de Bataafse Revolutie, en dat de revolutionairen hun Brabantse en Limburgse broeders op voet van gelijkheid accepteerden in de nieuwe regering.

In 1796 werd ook de status van Staats-Limburg, Staats-Vlaanderen (Zeeuws-Vlaanderen), Westerwolde (in Zuid-Oost Groningen) en Opper-Gelre (Venlo en omgeving) gelijkgetrokken, en ontstond de vorm van Nederland zoals we die nu nog kennen.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.