Essay over geschiedenis, snelheid en levensstijl
Over de mogelijke samenhang tussen snel leven en muziek en langzaam leven en lezen.
(OVER) GESCHIEDENIS, SNELHEID EN LEVENSSTIJL
Ooit, voordat hij van het dak van een Amsterdams hotel naar beneden sprong als een moderne Icarus, die te dicht bij de zon kwam, zong de artistieke, muzikale, maar o zo Nederlandse, levenskunstenaar en rock and roll animal Herman Brood: I’m going so fast, it’s allmost slow, feel like doing it, cha cha! Nou, mooi niet hoor!
Dat was omstreeks 1978 toen de snelheid van leven beduidend lager lag dan nu, ruim dertig jaar later. Dat was nog in de vorige eeuw, toen het wereldwijde web een utopie leek en vrouwelijk jong Nederland kort daarna aan de voeten lag van de tienermeisjespopgroep Doe Maar met hun langzame Nederpop reggae. Een groter muzikaal contrast was toen nauwelijks denkbaar.
Langzaam leven leek toch iets uit het verleden, uit de Middeleeuwen, de Griekse en Romeinse Oudheid of nog eerder uit de Prehistorie, wanneer een (vrouwelijke) sfinx te Thebe het hele mensenleven nog kon samenvatten in een raadsel, wat door koning Oedipus op heldhaftige wijze werd ontrafeld, waarmee de crisis, waaronder de Thebetaanse bevolking leed, in een ogenblik tot het verleden behoorde, zoals de Griekse tragediedichter Sophocles ons wil doen laten geloven, en nu alleen door jarenlange bezuinigingen kan worden recht gezet.
Nog in de bloeitijd van de Middeleeuwen hanteerde men in het toenmalige Nederland deze driedeling van het menselijke leven in ‘etaten’, zoals terug te vinden is in Jacob van Maerlant’s ‘Der naturen bloeme’.
In de late Middeleeuwen en de Renaissance kreeg het snellere leven vat op de mensen en beleefden de mensen bewuster en waarschijnlijk intenser, de vier jaargetijden, zoals valt af te leiden uit de ontwikkelingen in de schilderkunst, waarin de op het landschap geprojecteerde jaarcycli steeds levensechter werden weer gegeven.
Het kan niet toevallig zijn, dat in deze tijd standaardisering van de tijdrekening en de jaarkalender plaatsvonden en geavanceerder uurwerken werden uitgevonden, want de veranderende samenleving vroeg er gewoon om.
De Industriële Revolutie voerde de snelheid van leven in de Nieuwe Tijd nog meer op met het invoeren van de stoommachine, omdat mensenkracht niet meer voldeed en paardenkracht uiteindelijk nog slechts als norm (pk) werd aangehouden, terwijl het ritme van de samenleving werd opgevoerd tot het niveau van de zevendaagse, later zesdaagse en nu veelal vijfdaagse (werk)week.
Discussies over weekendbesteding en koopzondagen lijken actueel, maar zijn achterhoedegevechten, omdat de snelheid van leven zo hoog wordt opgevoerd, dat slechts de waan van de dag nog telt, want iedere dag moet er geleefd worden en een balans gevonden tussen de driedelige trits van werken, vrije tijd en slapen. Voor de Nederlandse man en vrouw blijft werk desondanks een belangrijk onderdeel van het (dagelijks) bestaan, waarvan Jan en Kasper Luiken ons al eerder trachtten te overtuigen met hun Spiegel van het Menselyk Bedryf. Vertoonende Honderd verscheiden Ambachten Te Amsteldam By de Erven van F. Houten MDCCLXVII (Amsterdam, 1767).
Echt snel leven is iets van onze Moderne tijd, als een tegenhanger van langzaam leven, dat eveneens (nog?) van deze tijd is, want urenlang achter de (spel)computer zitten of voor de teevee hangen zijn weliswaar moderne ‘verworvenheden’, maar toch niet echt iets voor snelle jongens of snelle meisjes. Langzaam leven doet ons waarschijnlijk denken aan 991223| de Gouden Eeuw)) uit de Griekse en Romeinse Oudheid, waarover de historicus Johan Huizinga ooit schreef, dat deze benaming geen recht deed aan onze zeventiende-eeuwse Nederlandse bloeiperiode: ‘Het is de naam Gouden Eeuw zelf die niet deugt. Hij smaakt naar die aurea aetas, dat mythologische Luilekkerland, dat ons bij Ovidius reeds als scholieren lichtelijk embêteerde’. Als ons bloeitijdperk een naam moet hebben, laat het dan zijn naar hout en staal, pik en teer, verf en inkt, durf en vroomheid, geest en fantazie. Gouden eeuw zou beter passen bij de achttiende eeuw, toen het goud gemunt in de geldkisten lag' (Jan Huizinga, Nederlandsch Beschaving etc. 1932/1941).
Snel leven zou een goede karakteristiek zijn voor onze ‘Gouden’ Zeventiende Eeuw en wie inspiratie zoekt in dit verleden, raad ik aan om ‘Het Volle Leven’ van René van Stipriaan uit 2002 te lezen, dat de lezer in hoge sneltreinvaart laat kennis maken met het beste van de snelle zeventiende-eeuwse samenleving en waarover Huizinga een optimistisch oordeel heeft gegeven om de Nederlander vertrouwen te geven voor de toekomst: ‘Wij Nederlanders weten, dat van het beste wat onze Staat en ons volk in de zeventiende eeuw groot heeft gemaakt, de kracht, de wil tot daden, het besef voor recht en redelijkheid, de barmhartigheid, de vroomheid en het Godsvertrouwen, ook nu en voor de komende tijden nog niets verloren is’ (Jan Huizinga, Nederlandsch Beschaving etc. 1932/1941).
Of is lezen iets van vroeger, wat niet bij snelle mensen past, maar (de springerige dance) muziek wel? Het kan geen toeval zijn, dat in de eerste helft van de snelle zeventiende eeuw een mogelijk van het zuiden (vgl Antwerps Liedboek) overgenomen jeugdcultuur van samen zingen en muziekmaken tot grote bloei kwam en het uitgeven, drukken en verkopen van handzame liedboekjes enorm toenam, totdat het zingen van snelle spontane liedteksten op bestaande melodieën plaatsmaakt voor het (hardop?) (voor)lezen van letterkundig verantwoorde gedichten en het langzame leven een greep kreeg op de samenleving. Totdat ...
Ernst Jansen
Bijdragen
Reacties
Loading…
J.D.
Herman
Antwerps
Johan
Jacob
Doe
Elisabeth
Zoeken naar items op Europeana