Belang van Gelderland I
Handel en wandel van douanebeambten in Gelders grensgebied ten tijde van de Unie van Verenigde Nederlanden (1579-1795) [ged.]
Over het belang van Gelderland bij het ontstaan, de vestiging en de opbouw van de Nederlandse Statenbond in de 16de, 17de en 18de eeuw.
Met
HET BELANG VAN GELDERLAND
Gelderland is van oudsher strategisch gelegen in Nederland, vanwege de ligging aan de grens met Duitsland, maar ook door de aanwezigheid van de belangrijkste rivieren de IJssel, de Rijn / Lek, de Waal / Merwede en de Maas, maar nu ook door de aanleg van de Betuwelijn, een goederenspoorlijn dwars door Nederland.
Gelderland is het laatste Nederlandse gewest, dat keizer Karel V in 1543 toevoegt aan het bezit van het Habsburgse huis, waarmee hij een langgekoesterde wens van zijn Frans-Bourgondische voorouders verwezenlijkt, namelijk de alleenheerschappij over de Nederlanden, al hadden ze meer gewild.
De laatste stuiptrekking van de Gelderse 'onafhankelijkheid' vormt de inname van Ravenstein aan de Maas door het leger van Maarten van Rossum, het begin van een plundertocht dwars door Brabant naar Antwerpen, maar door de maarschalk in dienst te nemen, weet Karel V verovering van de stad of erger te voorkomen.
De Antwerpse dichteres Anna Bijns klaagt in een refrein over de moordzucht, vernielzucht en roofzucht van Maarten van Rossum, maar desondanks toont ze meer afkeer voor Maarten Luther, omdat hij een bedreiging vormt voor de menselijke ziel en met zijn ketterse opvattingen de mensen tot ongeloof verleidt.
Op 7 september 1543 doet Willem van Gulik afstand van Gelderland en Zutphen bij het verdrag van Venlo, waardoor 'achteraf bezien, de veroveringen van Karel van Gelre de noordelijke en oostelijke grenzen van ons land' hebben bepaald (Formsma); wat volgt is een rustperiode van een kwart eeuw in de Nederlanden.
De machtsoverdracht van de Nederlanden door keizer Karel V (overleden 1558) aan zijn zoon, de Spaanse koning, Filips II in 1555, vormt de afsluiting van een tijdperk van grenzeloze internationale expansie, omdat het wereldrijk niet langer door één vorst wordt bestuurd, maar verdeeld onder toekomstige erfgenamen.
De nieuwe Duitse keizer gaat een onafhankelijker politiek volgen en zowel de Franse als de Engelse koningen eisen door hun geldingsdrang een belangrijker plaats op het Europese wereldtoneel, maar de grootste verrassing vormt het onverwachte ontstaan en de opkomst van een Noord-Nederlandse statenbond.
De Nederlandse opstand (1568-1648) zal het ene Spaanse staatsbankroet na de andere veroorzaken en zoveel Nederlandse ondernemingslust doen vrijkomen, dat de onderlinge machtsverhoudingen radicaal veranderen, maar uiteindelijk wordt Frankrijk de meest verstorende machtsfactor op het West-Europese vasteland.
In 1672 ondervindt Gelderland als grensprovincie wat het betekent om aan de kwetsbare landzijde van de Unie van Verenigde Nederlanden te liggen, wanneer het de legers van de Franse koning Lodewijk XIV over zich heen krijgt, zodat het aanzien als voormalig hertogdom onvermijdelijk een grote deuk oploopt.
Een belangrijke oorzaak van het militaire fiasco vormt het falen van de onderling verdeelde Admiraliteitscolleges bij het innen, het beheer en het besteden van de in- en uitvoerrechten, naast de economische tweedeling tussen stad en platteland of tussen volwaardige provincies en tweederangs generaliteitslanden.
Jansma heeft er in navolging van Westerman op gewezen, dat deze colleges ontduiking van de in- en uitvoerrechten, de convoijen en licenten, oogluikend hebben toegestaan tot maximaal een zesde van de waarde, zodat de 'officiële opbrengsten (...) ten hoogste 80% van de theoretisch juiste totalen' bedragen.
De heffing en inning van in- en uitvoerrechten gebeurt overigens niet alleen aan de buitengrenzen, maar voor een groot deel zelfs aan de binnengrenzen, dat wil zeggen aan de grensscheidingen tussen stad en platteland, tussen provincie en generaliteitsgebied in Zeeland, Noord-Brabant en Gelderland of met Drenthe.
De ligging in een deltagebied, waar de grote rivieren door heen stromen, en de aanwezigheid van uitgestrekte onherbergzame gebieden ('woestenie') als heide- en veengebieden of stuifzanden bemoeilijkt een effectieve controle op de handel, waardoor meegaande douanebeambten eieren voor hun geld kiezen.
Onder het motto 'wanneer jij mij helpt, dan help ik jou' wordt een pragmatische werkhouding in het leven geroepen met het nieuwe werkwoord 'composeren', waarmee een werkbare werksituatie wordt aangeduid; corruptie klinkt te Hollands en te bot, want een Gelderlander zou zeggen: ‘composeren’, dat is steggelen.
literatuur
- Algemene Geschiedenis der Nederlanden. Red. J. Romein e.a. Twaalf Delen. Eerste druk. Utrecht etc., 1949-1958, IV, p. 95-96.
- 'T is al vrouwenwerk. Refreinen van Anna Bijns. Ed. H. Pleij. Amsterdam, 1987.
+++filmadvies
Wie een populair-historisch beeld wil hebben van de verhoudingen in de Nederlanden en met name tussen Holland en Gelderland in de eerste helft van de zestiende eeuw wordt aangeraden om de twaalfdelige televisieserie Floris van regisseur Paul Verhoeven (nog) eens te bekijken.
Wie een populair-historische vergelijking wil maken van de mentaliteitsverschillen tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden in de zestiende / zeventiende eeuw wordt aangeraden om de iets oudere Vlaamse televisieserie Johan en de Alverman (nog) eens te bekijken.
Ernst Jansen, Breda / Nijmegen.
Bijdragen
Reacties
Loading…
J.D.
Karel
Maarten
Maarten
Willem
Karel
Filips
Elisabeth
Zoeken naar items op Europeana