Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Treinkapingen

Rapporteer deze inhoud als ongepast

Een Molukse gitarist stapt het podium op. Wanneer hij zijn gitaarkoffer opendoet, komt er een machinegeweer tevoorschijn. ‘Shit, zit mijn broer met een gitaar in de trein!’

Hoeveel Nederlanders onder de veertig zouden die mop nog begrijpen? De twee treinkapingen in 1975 en 1977 door Zuid-Molukse jongeren hielden Nederland wekenlang in de ban. Op televisie zagen we de wazige beelden van de trein in de verte. Soms kwam er een teken van leven, zoals een gijzelnemer die een luchtje schept op de neus van de Hondekop. Of van dood, zoals de geëxecuteerde gijzelaars in 1975, die dagen in de berm bleven liggen tot ze weg mochten worden gehaald.

De gijzelnemers van de trein bij Wijster in december 1975 gaven zich na twaalf dagen over. Waarschijnlijk speelde de vrieskou daarbij een rol: ze hadden geen licht en geen verwarming. De treinkaping van juni 1977 bij De Punt werd beëindigd met een grootscheepse militaire actie in alle vroegte. Daarbij kwamen twee gegijzelden en zes kapers om. ‘s Ochtends werden we wakker met een geëmotioneerde minister-president Den Uyl op de radio, die betreurde dat geweld nodig was geweest om de kaping te beëindigen.

De Zuid-Molukse kapers verkregen niet waar ze naar streefden: een eigen staat op de Molukken. De Molukse en Indonesische bevolking in Nederland deelde in de klappen en kreeg te maken met discriminatie. Een trein nemen was in die tijd geen pretje voor hen. De kaping werd de hele bevolkingsgroep aangewreven. Zoals blijkt uit de mop die toen rondging.

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.