De opkomst van de Indische keuken
Een tafel vol gerechten
Een eeuw geleden waren saté en sambal nog behoorlijk onbekend in Nederland. Maar in de kolonie Nederlands-Indië lieten de Nederlanders zich het exotische eten goed smaken. Zo goed, dat ze bij terugkeer in het koude Nederland niet meer buiten hun rijsttafel konden.
Wat moest hij met al die vreemde gerechtjes zoals saté en babi pangang? De Amsterdamse volksschrijver Justus van Maurik had geen idee. In 1869 kreeg hij in Nederlands-Indië voor het eerst een uitgebreide rijsttafel voorgeschoteld. Als een echte Nederlander begon hij zijn bord maar vol te laden en prakte hij alles door elkaar. Geschrokken staarde Van Maurik naar het bizarre mengsel, en besefte: 'doormekaâr is 't wel, maar doorgeslikt nog niet!'
Hoewel veel Nederlanders moesten wennen aan de gerechten die toch wel heel anders smaakten dan de hutspot thuis, werd de rijsttafel heel populair. In eerste instantie onder de koloniale elite, maar later ook in Nederland zelf. Eind jaren twintig waren er al verschillende restaurants waar je uitgebreid kon rijsttafelen.
Pas na 1945 zou deze maaltijd echt inburgeren. De kolonie Nederlands-Indië veranderde toen in de onafhankelijke republiek Indonesië. Meer dan een kwart miljoen Nederlanders kwam naar Nederland. Die aten liever hun gekruide rijstgerechten dan boerenkool met een kuiltje jus.
De Chinezen in Nederland sprongen handig in op de vraag. Overal openden ze Chinees-Indische restaurants, tot in de kleinste plattelandsdorpjes. De rijsttafel stond steevast op de kaart, maar wel een stuk minder scherp dan in Indië. Heel Nederland raakte nu vertrouwd met de maaltijd die Van Maurik ooit zo vreemd vond.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Justus
Zoeken naar items op Europeana