Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Emigratie na de oorlog

Nederland, vaarwel!

Rapporteer deze inhoud als ongepast

Nieuwjaar 1950. Wie op 1 januari naar de radio luistert, hoort minister-president Willem Drees in een toespraak verkondigen dat 'een deel van ons volk het moet aandurven, zoals in vroeger eeuwen, zijn toekomst te zoeken in grotere gebieden dan in het eigen land.'

Nederland lag in puin na de Tweede Wereldoorlog. Fabrieken en woningen waren verwoest en de werkeloosheid was hoog. Terwijl de bevolking juist begon te groeien, dankzij de naoorlogse geboortegolf. De Nederlandse regering besloot emigratie te promoten. Lovende posters, films en wervende bijeenkomsten moesten mensen enthousiast maken voor vertrek naar de andere kant van de wereld.

Hopend op een betere toekomst, uit angst voor een nieuwe oorlog of uit avontuurzin verlieten tot 1961 een half miljoen Nederlanders hun thuisland; 125.000 daarvan vertrokken naar Australië. Ook Canada en Amerika waren populair. Vooral jonge boeren, die in Nederland lastig een bestaan konden opbouwen, emigreerden.

Honderden emigratiebureaus hielpen de migranten. Ze namen gezondheids- en karaktertests af, regelden visa en overtochten. Bij emigranten naar Australië stelden ze vast of iemand wel blank genoeg was. De Australische regering voerde namelijk een White Australia Policy: blanke migranten zouden beter integreren. Tot dit beleid in de jaren zestig veranderde, kwamen Indische Nederlanders bijvoorbeeld niet in aanmerking voor emigratie naar Australië.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.