Crisis na de Wall Street Crash
Politiek greep pas laat in
Toen de beurs van Wall Street in 1929 crashte, deed de Amerikaanse overheid helemaal niets. Ook de Nederlandse regering hield zich toen lang afzijdig.
De crisis van 1929 greep razendsnel om zich heen: in Nederland steeg het aantal werkelozen binnen een jaar van twintigduizend naar honderdduizend. Dit zou nog verder stijgen naar bijna een half miljoen in 1936. De Nederlandse regering onder leiding van Ruys de Beerenbrouck greep liever niet teveel in. Iedereen vond het heel normaal dat de economie zo af en toe werd ‘gezuiverd’ van ‘zwakke plekken’. Wel werd in de herfst van 1931 serieus overwogen om een ‘nationale biddag’ te organiseren, om het tij te keren.
De Nederlandse economie was ook toen al erg afhankelijk van de export, en die daalde dramatisch. Doordat steeds meer landen de waarde van hun munt naar beneden bijstelden, werden hun exportproducten goedkoper dan de Nederlandse producten. De Nederlandse regering hield halsstarrig vast aan de waarde van de gulden.
Hendrikus Colijn nam in 1933 het stokje van Ruys de Beerenbrouck over, en was hier nog hardnekkiger in. Bezuinigen, was zijn antwoord op de crisis. Op 1 juli 1934 verlaagde hij de steunuitkeringen van 12,72 naar 11,16 gulden per week. De Amsterdamse arbeiders kwamen in opstand, maar werden hard aangepakt door de politie: er vielen zes doden en tweehonderd gewonden. Colijn liet zich niet van zijn overtuiging afbrengen en vond juist dat de politie nóg harder had moeten ingrijpen. Pas in 1936 paste hij de waarde van de gulden aan, een besluit dat hem ‘onnoemelijk zwaar’ viel.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Hendrik
Charles
Jan
Karlien
Zoeken naar items op Europeana