De Tour de France was in 1980 voor Joop Zoetemelk. Eindelijk was de 'eeuwige tweede' winnaar van de prestigieuze wielerronde. Maar was dat niet enkel omdat Bernard Hinault moest afstappen?
Joop Zoetemelk begon als profwielrenner in 1970 en werd gelijk tweede in de Tour, na de Belg Eddy Merckx. De successen volgden elkaar op: van de zestien keer dat Zoetemelk de ronde reed, belandde hij negen keer in de toptien. Meestal (in '71,'76,'78,'79 en '82) werd de 'wieltjeszuiger' tweede. Maar winnen deed hij nooit. Hij verbleekte, zo spotten zijn tegenstanders, in de schaduw van Merckx en de Fransman Bernard Hinault.
Ook in 1980 leek alles erop dat Zoetemelk wéér van Hinault zou verliezen. Maar de Fransman blesseerde zijn knie en stapte af in het zicht van de Pyreneeën. Zoetemelk was zo sportief om niet gelijk diens gele trui te gaan dragen, maar de dagen daarna lieten hij en zijn sterke Raleigh-team zien dat hij waarschijnlijk sowieso wel had gewonnen. Zelfs een valpartij en een beschuldiging van dopinggebruik konden hem niet meer afhouden van een zege in Parijs.
Daar gaf burgemeester Chirac hem op 20 juli een welverdiende kus en juichten tienduizenden Nederlanders hem toe. Premier Van Agt omhelsde hem zelfs.
Internationaal bleef de waardering uit voor de winnaar van wat 'de tour van de uitvallers' werd genoemd. In Nederland was dat anders. Bij het criterium van Boxmeer de volgende dag werd Zoetemelk als een held ontvangen. De organisator moest hem naar zijn huis meenemen, anders kon Joop zich nergens verkleden: 'Maar voordat ik het wist zat ook mijn slaapkamer vol mensen. Joop vond het best. Joop was een brave.' Die de jaren erna overigens weer vaak achter het net viste.
Lees meer over Zoetemelks zege bij Sportgeschiedenis.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Ellen
Zoeken naar items op Europeana