Komiek André van Duin (1947) heeft de 'lach aan zijn kont hangen', zoals hij het zelf noemt. Geliefd bij jong en oud maakte hij talloze theatershows en radio- en tv-programmas vol gekke typetjes. Waar moest Van Duin vroeger zelf om lachen?
Vroeger luisterden we met het gezin op de radio naar humorprogramma's, zoals de Bonte Dinsdagavondtrein, een soort bonte avond op de radio. Hilarisch vond ik Snip en Snap, twee mannen die kibbelende vrouwen speelden. Ze deden sketches en typetjes, zoals ik naderhand met Frans van Dusschoten deed.
Op tv keek ik later graag naar Tom Manders. Die speelde maar één typetje: zwerver Dorus, met een bolhoed en een oude regenjas. Dan zong hij liedjes zoals "twee motten in m'n ouwe jas." Geweldig. En net als iedereen hield ik van Toon Hermans natuurlijk. Daar bleven mensen in de jaren vijftig en zestig echt voor thuis. Ik hield van volkskomieken, mensen die grappen maakten of typetjes deden.'
'Als kind scholden ze me wel eens uit voor 'vuurtoren' of 'rooie kroot', vanwege mijn haar. Daarom maakte ik er zelf grappen over. Ik wilde altijd al optreden. Dan organiseerde ik voorstellingen voor de verjaardag van de meester en bootste ik Toon Hermans of Dorus na met een reepje bont op m'n bovenlip en een cassetterecorder. Ik had zelfs een artiestennaam en kaartjes met 'André van Duin, amateur, voor al uw voorstellingen' erop. Wat ik op dit moment grappig vind? Heel veel dingen, maar de Ashton Brothers en Jochem Meij springen er wel uit.'
Bijdragen
Reacties
Loading…
Jan
Zoeken naar items op Europeana