Kermisklant en gokverslaafde Colonel Parker was de manager van Elvis Presley. In 1909 kwam deze kleurrijke figuur uit de Amerikaanse popgeschiedenis in Noord-Brabant ter wereld als Dries van Kuijk.
Van Kuijk emigreerde in 1929 illegaal naar de Verenigde Staten. Hij was twintig jaar daarvoor geboren in Breda. Eenmaal in Amerika nam hij dienst in het leger en verspeelde zo zijn recht op een Nederlands paspoort. Voortaan was hij statenloos.
Zijn naam veranderde hij in Thomas A. Parker. Na het leger ging hij werken als reclame- en publiciteitsagent voor kermissen en circussen. Uiteindelijk belandde hij in de muziek. Iets waar hij geen verstand van had, maar van geld verdienen des te meer. Parker zag meteen big business in het 'product' Elvis.
In 1955 werd hij de manager van de jonge Elvis Presley. 'Colonel' Tom Parker wist een lucratief contract bij de grote platenmaatschappij RCA los te krijgen. Het geld stroomde binnen. Daarbij zorgde de Colonel vooral goed voor zichzelf.
Op een gegeven moment verdween de helft van Presley's inkomsten in Parkers zak. Hij gebruikte dit geld vooral om zijn gokverslaving te financieren. Het was dan ook geen toeval dat Presley zo vaak in Las Vegas optrad. Zoals het waarschijnlijk ook niet toevallig was dat The King nooit buiten Noord-Amerika optrad: zijn manager had geen paspoort.
Na de dood van Elvis veranderde er voor Tom Parker niet veel: ook aan een dode artiest viel geld te verdienen. Totdat een rechter in 1983 oordeelde dat de Colonel de belangen van Presley's dochter en erfgename Lisa Marie niet goed behartigde. Hij mocht zich niet langer de manager van Elvis Presley noemen en sleet zijn dagen gokkend in Las Vegas.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Zoeken naar items op Europeana